In de MRI-video’s zie je de lippen, de kaak, het gehemelte en de tong. Die gebruik je tijdens
het praten. Je gebruikt ook je
stembanden (vocal cords). Stembanden zijn spieren in je keel.
Soms trillen je stembanden, soms niet. Dat verschil heet
stemhebbend (voiced) of
stemloos (unvoiced).
- Stemhebbend: je stembanden trillen.
- Stemloos: je stembanden trillen niet.
Probeer het zelf: Leg je vingers op de voorkant van je keel.
Zeg: “vvvv” → voel je trilling? Dat is stemhebbend.
Zeg: “ffff” → voel je geen trilling? Dat is stemloos.
Hoe hoor en voel je het verschil?
- Voelen: Leg je hand op je keel en zeg een klank.
- Trilt het? De klank is stemhebbend. Zeg bijvoorbeeld: “zzzz”.
- Trilt het niet? De klank is stemloos. Zeg bijvoorbeeld: “ssss”
- Luisteren: De stemloze klanken klinken vaak ‘harder’ of ‘luchtiger’
- p, t, en k hebben vaak een kleine “blaas” lucht. Je voelt lucht uit je mond
komen.
- Oefenen:
- Zeg langzaam: p – b, t – d, f – v, s – z.
- Voel telkens het verschil tussen wel of geen trilling.
Klinkers en tweeklanken
Alle Nederlandse klinkers (vocalen) zijn
stemhebbend. Ook alle Nederlandse tweeklanken
(diftongen) zijn
stemhebbend. Bij klinkers en diftongen trillen de stembanden altijd. Je ziet
de klinkers en tweeklanken op de
startpagina.
Medeklinkers
Sommige Nederlandse medeklinkers (consonanten) zijn stemhebbend, andere zijn
stemloos.
Sommige klanken horen bij elkaar. Ze klinken bijna hetzelfde. Eén klank is met stem
(stemhebbend) en één zonder stem (stemloos). Deze klanken noemen we een paar. Ze staan
naast elkaar in de tabel.
|
Stemhebbend
|
Stemloos
|
| b
|
p
|
| d
|
t
|
| v
|
f
|
| z
|
s
|
💡 Wist je dit?
In sommige talen is het verschil tussen stemhebbend en stemloos niet belangrijk. Voor veel
mensen die Nederlands leren is dit dus nieuw. Daarom is het goed om vaak te luisteren en
voelen tijdens het oefenen.
Als je fluistert, gebruik je je stem niet. Je voelt geen trilling in je keel, ook niet bij klanken die
normaal stemhebbend zijn. Dus bij fluisteren zijn alle klanken stemloos!